Zoeken

Week 33 #MijnMuzeBos (Lente)



Het regent als ik aankom bij mijnmuzebos. Het is maar een bui en het zijn geen dikke druppen, toch blijf ik even schuilen onder het viaduct. Meestal laat ik mij leiden door wat ik tegenkom, maar nu denk ik alvast vooruit wat het onderwerp kan gaan worden voor mijn wekelijkse blog.

Wat ga ik zien vandaag. Op mijn wishlist staan de ree, de ijsvogel en een bedrupt oranjetipje hangend aan een Pinksterbloem. Als ik het heel erg voor mij ga zien, zou mijn wens dan uitkomen? Concentreer! Hmmmmmmm, denk, wens, visualiseer, alsjeblieft, hoop, ik wil het zo graag. Zo.. Klaar. En nu geloven in de magie dat het gaat gebeuren.


De regen is overgegaan in motregen. Jack en ik zijn er klaar voor. We doen een paar hink-stap-sprongen over de naaktslakken op het betonpad en lopen daarna behoedzaam en vol verwachting naar de ingang van het bos.


Het fluitekruid is weer een stuk hoger gegroeid en hun bloemknoppen zijn her en der al zichtbaar. De bekende witte bloemen zijn nog niet te zien. Misschien volgende week? Net als de perenbloesem, het zit er aan te komen, maar de bloemetjes zijn nog niet open.


Boven mijn hoofd in een appelboom zingen Tjiftjaffen hun naam. Ik sta stil, want ze zijn goed te bekijken. En in plaats van weg te vliegen en te stoppen met zingen, komen ze zelfs dichterbij. Huh. Drie vogeltjes scharrelen van tak tot tak in de struiken voor mij. Deze tijd van het jaar is het nog erg fijn vogels kijken, want als het blad terug aan de boom is, kun je ze veel lastiger vinden. Ze zijn dan gauw verstopt tussen alle blaadjes. Eén Tjiftjaf zit nu wel heel dichtbij. Het bereik van mijn telelens is bijna te ver. Superleuk.

Zou dit het begin zijn van mijn magische bosbad wandeling waar ik wonderen mag verwachten? Gaat de Tjiftjaf nog een dutje doen op mijn schouder, terwijl ik rustig door het bos wandel? Dat Jack ineens opkijkt naar mij en ik telepathisch kan horen dat hij zegt dat ik gisteren ben vergeten hem een bot te geven. En dat hij zegt dat de passcanner van de Rabobank waar hij daarna op zat te kauwen naar niets smaakt. Dat kon ik je ook wel vertellen, Jack...

Er is niets mis met een beetje geloven in magie. Het maakt je rechtlijnige leven vaak net even wat mooier. Het zweeft een beetje langs de randen van de realiteit. Wie weet is het wel echt waar. Dat je overleden oma een tijdje met je meevliegt in de gedaante van een vlinder. Dat je vroeger in een vorig leven in een ander land woonde.


Wie had er jaren geleden kunnen denken dat we in deze tijd ROND de aarde kunnen vliegen en dat we tijdens het wachten op onze warme vliegtuigmaaltijd bereid in een 3D geprint magnetronbakje, een berichtje kunnen sturen naar iemand aan de andere kant van de planeet met een apparaatje met capaciteiten van een bibliotheek. Bizar toch, als je er over nadenkt.


Dat is allemaal technische vooruitgang. Hoe is het over 100 jaar gesteld met onze innerlijke vooruitgang? Kunnen we dan dat berichtje sturen door het alleen maar te denken? Ik ga het niet meer meemaken. Al hoop ik van wel.


Op dit moment is de poort naar een beetje magie in ons leven via onze intuïtie. Net als magie is intuïtie ongrijpbaar. Het is lastig om er volledig op te varen en het is ook zo verdomd zachtjes. Vragen om herhaling heeft geen zin. Mag ik het nog een keer luid en duidelijk horen AUB!!! Dan hoor of voel je het niet meer.

Het intuïtieve zinnetje is er op moment dat je er juist niet op bedacht bent en eigenlijk moet je er dan ook direct gehoor aan geven. Oh, ik moet linksaf! Te laat. Je hoofd stuurt je alweer vooruit.


Je kunt er wel steeds beter in worden om het te horen en erop te vertrouwen. Een heerlijk gevoel dat innerlijk weten. De hele wereld zegt dat het niet kan, inclusief je eigen gedachten. Toch weet je dat het gewoon zo is. Het heeft geen zin om jouw intuïtieve gedachten op te zoeken op het internet of bevestiging te zoeken in (op voetstuk geplaatste) personen om je heen.

Dan is de magie abrupt verdwenen.


Ondertussen staan we nog steeds onder de appelboom. Jack zit me loom aan te kijken en ik zweer dat hij zegt: 'Zeg, gaan we nu eens doorlopen, jij droomt te veel.' Ik weet dat hij gelijk heeft. We gaan gauw verder.

De ree, ijsvogel en vlindertjes met regendruppels op de vleugels zijn we tijdens deze wandeling ook niet meer tegengekomen.






14 keer bekeken

Recente blogposts

Alles weergeven